Gods liefde voor zondaars

Als je aan mij zou vragen welk boek tegenwoordig ook in de Bijbel thuishoort, dan zou ik zeggen: ‘Het kruis in de asfaltjungle’ van David J. Wilkerson. Toen ik aan deze tekst begon, moest ik er weer aan denken. Het boek leert ons namelijk twee belangrijke lessen in evangelisatie.

Een beetje doelloos bladeren bracht mij vandaag bij het verhaal over de bekering van de Mau Mau’s, een jeugdbende die de oorlog aan de politie in New York had verklaard. Wilkerson is op dat moment al een tijdje bezig met zijn bediening in de achterbuurten van New York, waar hij werkt onder gangsters, homoseksuelen, prostitués en verslaafden. Hij heeft daarbij regelmatig contact met de bendeleiders van de Mau Mau’s en andere jeugdbendes.

Bijeenkomst

Op een keer organiseert Wilkerson een bijeenkomst waar hij de hele buurt voor uitnodigt, waaronder ook de Mau Mau’s. De bendeleden zijn laat, maar komen toch. Het is een typische Amerikaanse jeugdbende: agressief, luidruchtig en verslaafd aan verdovende middelen. Hun leven wordt gekenmerkt door geweld en haat.

Na een openingslied begint Wilkerson met zijn ‘preek’ voor deze bende ongeregeld. Hij hoopt hen met Gods liefde te bereiken, maar hoe langer hij spreekt, hoe onrustiger de zaal wordt. Wilkerson ziet het fout gaan en vertwijfeld vraagt hij zich af hoe dat kan. Voor elke zin die hij uitspreekt heeft hij gebeden en gevast, maar zijn woorden komen niet aan.

Liefde vs. haat

De spanning in de zaal is om te snijden en haat is volop aanwezig. Bendeleden laten hun (schot)wonden zien en geven elkaar de schuld. Ze hebben weinig interesse in de boodschap van liefde en vergeving die Wilkerson wil overbrengen.

“Het is niet iets wat wij in eigen kracht kunnen”, geeft Wilkerson dan toe. “Het is de liefde van God waar ik over spreek. Wij moeten heel eenvoudig aan Hèm vragen om ons zijn soort liefde te geven. Wij kunnen het niet uit onszelf.”

Machteloos

Het bijzondere vind ik dan wat Wilkerson op dat moment zelf ontdekt: hij staat machteloos tegen al die haat in de zaal. Hij schrijft: “Er is heel weinig wat wij mensen kunnen doen om onszelf of anderen te veranderen, te genezen en hen te vullen met liefde in plaats van haat. Wij kunnen ons hart en verstand bij God brengen en dan moeten wij het daar laten.”

Wilkerson gooit zijn zorgvuldig voorbereidde preek overboord. In plaats daarvan bidt hij midden op het podium of de Heilige Geest de harten van de jongens en meisjes in de zaal wil aanraken. In plaats van alles zelf te doen, vraagt hij God om in te grijpen.

Bekering

Het mooie is, dat het ook gebeurt. De zaal wordt langzaam stil. Als hij even later vraagt of de mensen die hun hart aan God willen geven naar voren willen komen, staat de bendeleider van de Mau Mau’s als eerste op. Die dag geven hij en zijn bendeleden hun hart aan God.

Levenslessen

Ik vind het een ontroerende geschiedenis waar we tenminste twee lessen uit kunnen halen. Allereerst dat God houdt van zondaars zoals jou en mij, hoe erg je fouten ook zijn. Hij wil alle ellende uit je verleden weghalen, je schoonmaken en schoonspoelen.

Met Hem mag je een nieuwe start maken en de wereld van haat achter je laten. God zoekt naar hoeren, geldwolven, gangsters, dieven, moordenaars en al het andere ‘gespuis’ dat in de diepste krochten van deze wereld leeft. Wat je ook gedaan hebt, God wíl je vergeven en jou Zijn liefde geven.

De tweede les is dat God via ons, christenen, mensen wil redden. Heb je daar bijzondere gaven voor nodig? Wilkerson luisterde naar Gods stem en liet het aan Hem over om mensen te bekeren. Tegen de haat in deze wereld staan wij machteloos, maar God niet.

Niets is onmogelijk!

Doordat Wilkerson zijn lot in Gods handen legde, kon een hele gangsterbende redding ontvangen. En dát is de belangrijkste les: vertrouw op Hem, want dan is niets onmogelijk!


Afbeelding door Håkan Dahlström // CC BY 2.0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *